Regionale leernetwerken

Een regionaal leernetwerk is een groep van professionals uit één of meerdere organisaties (met dezelfde interesse op een bepaald gebied) die rond een inhoudelijk thema samenkomen om effectieve kennis- en ervaringsuitwisseling mogelijk te maken. Een leernetwerk wordt voorgezeten door een facilitator die verantwoordelijk is voor de begeleiding van het proces en de organisatie van de bijeenkomsten.

De via het leernetwerk verzamelde voorbeelden, best practices, kennisinhouden en mogelijke belemmeringen kunnen via een online platform verspreid worden zodat het leren van elkaar verder ondersteund en bevorderd kan worden.

Een leernetwerk kan bestaan uit uitsluitend face-to-face contacten, volledig online of uit de combinatie van de twee. Om de dynamiek en de betrokkenheid hoog te houden, wordt er aangeraden om de deelnemers op geregelde tijdstippen ‘live’ te laten samenkomen.

In deze blogpost zijn we vertrokken van een regionaal leernetwerk dat werkt met face-to-face contacten op geregelde tijdstippen met deelnemers die komen uit verschillende bedrijven.

Wanneer regionale leernetwerken gebruiken als leermethode?

Deelnemen aan een regionaal netwerk kan grosso modo omwille van 3 redenen:

  • Deskundigheid uitwisselen zodat men samen komt tot nieuwe inzichten en innovatie rond een bepaald domein. Men denkt met elkaar na over mogelijke nieuwe toepassingen en verbeteringen in het werk. Dit kan uiteindelijk verbeterde en nieuwe producten en diensten voor de organisatie opleveren.
  • Een leernetwerk biedt een interessante leerervaring aan de deelnemers: competenties als reflecteren op eigen prestaties en die van anderen, delen van kennis, probleemoplossend denken en communicatieve vaardigheden worden gestimuleerd.
  • Informeel netwerk uitbouwen en nieuwe contacten leggen.

Doelgroep

Een leernetwerk veronderstelt deelnemers die:

  • openstaan voor de leermogelijkheden die in een netwerk voorkomen
  • zelfstandig hun leervragen kunnen formuleren
  • eigen ideeën inbrengen en ook openstaan voor ideeën van anderen
  • kritisch kunnen reflecteren op eigen functioneren
  • de feedback van anderen gebruiken
  • op verschillende wijzen naar eenzelfde probleem kunnen kijken

Succescriteria

Opdat een leernetwerk zo succesvol mogelijk is, kan men best volgende basisregels in acht nemen:

  • Vooraf goed communiceren over het hoe, wat, waarom en voor wie is het halve werk.
  • Less is more: een regionaal leernetwerk kan je best beperken tot 12 deelnemers zodat de uitwisseling van kennis en ervaring zo effectief mogelijk kan verlopen.
  • Deelnemers leren van en met elkaar. Het is belangrijk dat de input over de inhoud, de leermethodes en de leerdoelen van hen komt. Om de motivatie zo hoog mogelijk te houden is het ook van belang dat er voldoende tijd geïnvesteerd wordt in een goede groepsgeest.
  • Na iedere sessie een verslag maken en dit verspreiden is zeker aan te raden. Ook de inhoud van wat aan bod gekomen is verdelen onder het netwerk draagt bij aan de kennisdeling.
  • Als deelnemer de ruimte krijgen om het geleerde ook in de praktijk te kunnen toepassen. Wanneer je als deelnemer weet dat er ruimte is om het geleerde toe te passen op de werkplek, heeft dit een motiverend effect en verhoogt dit de betrokkenheid binnen het netwerk.
  • Het succes van een leernetwerk hangt af van de vaardigheden van de facilitator. Deze beschikt best over volgende vaardigheden:
    • Relevante van irrelevante bijdragen onderscheiden zodat de kennisuitwisseling zo effectief mogelijk kan verlopen. Hierbij dient de overweging gemaakt te worden of een bepaald onderwerp ‘zuurstof’ kan brengen in de discussie of net het ritme vertraagt.
    • Besluiten nemen in groep over de aan bod gekomen elementen en de te nemen stappen.
    • Structuur bieden

Hoe starten met regionale netwerken?

In de organisatie van een regionaal netwerk zijn 3 fases te onderscheiden:

  • Initiatiefase: Een leernetwerk opstarten

Tijdens de eerste bijeenkomst van een lerend netwerk zijn drie elementen onontbeerlijk:

Kennismaking

Aangezien het de bedoeling is dat deelnemers van elkaar leren, is het belangrijk dat zij actief deelnemen aan het netwerk. Dit veronderstelt dat er een veilige omgeving is waarin zowel positieve als negatieve ervaringen gedeeld kunnen worden. Tijdens de eerste bijeenkomst is het dan ook belangrijk om voldoende tijd te besteden aan de kennismaking.

Peilen naar vragen en verwachtingen

De facilitator leidt het proces aan de hand van de inbreng van de deelnemers. Wat men precies verwacht gaat de facilitator na door het stellen van inhoudelijke vragen: Wat willen deelnemers precies leren? Wat verwachten de deelnemers dat in de verschillende bijeenkomsten aan bod komt? Wat voor ervaringen willen ze bespreken?

Afspraken maken rond het verdere verloop

Hierbij staat het ‘hoe’ centraal: hoe willen we te werk gaan? Welke leervorm hanteren we?

  • Middenfase: een leernetwerk onderhouden

Wanneer de eerste sessie achter de rug is, is het belangrijk dat de klemtoon gaat liggen op de uitwisseling van ervaring, het leren van en met elkaar. Dit kan aan de hand van het delen van succeservaringen, do’s en don’ts of via de methode van intervisie. Er moet ook nagegaan worden of het inbrengen van externe informatie nodig en gewild is.

  • Eindfase: een leernetwerk afronden

Na iedere sessie een evaluatie doen over het proces levert de facilitator van het netwerk veel informatie op om eventueel bij te sturen. De eindevaluatie levert vooral input over wat goed ging en wat voor herhaling vatbaar is. Ook welke leervorm meer of minder in de smaak viel en suggesties van de deelnemers zodat toekomstige leernetwerken nog beter georganiseerd kunnen worden, vormen een belangrijk deel van de eindevaluatie.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *